Geopend vanaf 18 juni 2021

Over Ruurd

Spraakmakende gast in een ‘heel gewone’ wereld

Ruurd Wiersma wordt in1904 in Rinsumageast geboren in een boerenarbeidersgezin. Van een onbezorgde jeugd is geen sprake. Hij verliest al jong zijn moeder. Als hij eenmaal zijn grote liefde vindt, steken de voorgangers van twee kerkgemeenschappen een stokje voor hun ‘verkering’. Het meisje is ‘van een andere kerk’ (de Hervormde) en Ruurd was Gereformeerd. Ruurd ontwikkelt scepsis jegens de kerk als instituut, maar blijft geïnspireerd door de Bijbel. 

Ruurd koppelt de bijbelverhalen moeiteloos aan zijn belangstelling voor ingrijpende rituele en vrolijke gebeurtenissen. De natuur en religieuze verhalen zijn sterk bepalend voor Ruurd’s innerlijke wereld. Met mondharmonica en trekzak ondersteunt hij zijn gevoel voor muziek. Nadat Mieke Telkamp haar lied “Waarheen, waarvoor“ uitbrengt, typeert hij dit als: “Hier zit alles in dat een mens nodig heeft”. Eenvoud is zijn handelsmerk

Eenmaal volwassen verdient hij de kost als melkvaarder. Met een praam vol melkbussen vaart hij op en neer tussen melkfabriek en boeren. Zijn leven speelt zich af tussen rietkragen, rammelende bussen, bruggen, zwanen en ander wild. In het dorp Burdaard wordt hij niet echt begrepen.

Niet te stuiten

Dorpsgenoten en bekenden dringen er bij het zien van de muurschilderingen op aan dat hij ook schilderijen gaat maken. Ruurd gebruikt daarvoor hardboard en fietslak. Wiersma is niet meer te stuiten en schildert tot diep in de nacht. Vrijwel alles valt ten prooi aan zijn kunstnijverheid: de kolenkit, het bed, vazen en  flessen. Op zijn instappers staan Adam en Eva afgebeeld in de Hof van Eden. De collectie staat nog steeds in het huis, inclusief de grote fles “boerenjongens op brandewijn” voor zijn gasten en kunstvrienden.